Instituut voor Neuropathische Pijn

Wij onderschrijven de gedragscode van de Health On the Net Foundation
Home arrow Algemeen arrow Wetenschap arrow ZonMW project diabetische neuropathie en De rol van het vasculaire endotheel
ZonMW project diabetische neuropathie en De rol van het vasculaire endotheel
Ook bij ZonMw aandacht voor diabetes en neuropathie. In 2010 startte een boeiend project, dat o.a. de relatie onderzoekt van stikstofoxide en endotheline bij de pathogenese van diabetische neuropathie, ingediend door Prof. dr. C.D.A. Stehouwer van het VU Medisch Centrum. Hier de hypothesen en het onderzoeksvoorstel:

Samenvatting

De toegenomen morbiditeit bij diabetes wordt grotendeels veroorzaakt door chronische complicaties als hart- en vaatziekten, nefropathie en refinopathie. Deze complicaties komen opvallend vaak samen voor, namelijk bij diegenen bij wie miccroalburinurie optreedt (Bij insulineafhankelijke diabetes [IADMI uiteindelijk 30-40%; bij niet-insuline-afhankefijke diabetes [NLADMI 25-50%.)

Dit heeft geleid tot de hypothese. dat microalbuminurie een uiting is van gegeneraliseerde schade van het vaatendotheel. Endotheeldysfuncfie is betrokken bij de pathogenese van diabetische nefropathie en refinopathie, -hypertehsie en atherosclerose en kan zo de gevonden samenhang verklaren. Eigen onderzoek ondersteunt deze hypothese.

Hierop voortbouwend doen zich twee vragen voor:

1.Wat is de aard van de endotheel- dysfunctie?

2.Wat zijn de determinanten en gevolgen van deze dysfunctie?

Deze vragen baton zich o.i. het best onderzoeken door een combinatie van experimentele en observationeel-epidemiologische methoden. De functionele toestand van het endotheel zal worden beschreven door het meten van albuminurie, plasmaspiegels van verscheidene door endotheel geproduceerde eiwitten en door het meten van de reactie op intraveneuze toediening van L-arginine, voorloper van de vaatverwijder stikstofoxide.

Deel 1A (experimenteel).

De rol van stikstofoxide en endotheline bij de pathogenese van diabetische neuropathie bij IADM. Bij TADM bestaat, voordat microalbuminurie optreedt, vaatverwijding, die zou kunnen bijdragen aan verhoogde capillaire druk en endotheelschade. Als eenmaal microalbuminurie optreedt, stijgt de bloeddruk en wordt. 


Onze hypothese is dat endotheel bij LADM aanvankelijk teveel stikstofoxide en te weinig endotheline produceert. Dit leidt tot vasodilatatie. Daardoor ontstaat endotheelschade. Pas in deze fase worden minder stikstofoxide en meer endotheline geproduceerd. We willen dit door het meten van endothelinespiegels en onderzoeken de reactie op L-arginine-infusie bijl gezonden (tijdens normo- en hyperglykemie) en personen met LADM zonder. en met! diabolische neuropathie. 

Deel 1B (epidemiologisch). Relatie tussen dysfunctie van vaatendotheel, microalbuminurie en arteriële bloeddruk bij IADM. Is bloeddrukstijging oorzaak of gevolg van endotheelschade?


We zullen in een prospectief te vervolgen cohort de relatie tussen bloeddruk, albumine-excretie en endotheelfunctieparameters onderzoeken.

Deel 2A (epidemiologisch).

Hart- en vaatziekten bij NLADM en gestoorde glucosetolerantie: de rol van het vaatendotheel. Bij NIADM bestaat "clustering" van hypertensie, dyslipidemie,, hyperglykemie en hyperinsulinemie. Toch is de prognostische waarde van deze risicofactoren relatief gering, in tegenstelling tot die van variabelen die endotheelschade weerspiegelen zoals microalbuminurie. Onze is dat deze risicofactoren slechts bib personen leiden tot endotheelschade, hetgeen vervolgens predisponeert tot atherotrombotische ziekten.

We zullen bij twee cohorten met resp. gestoorde glucosetolerantie en NLADM onderzoeken a. of (en zo ja, welke van) deze risicofactoren geassocieerd zijn met het ontstaan van endotheeldysfunctie, en b. of de prognostische waarde (voor het optreden van hart- en vaatziekten) van deze risicofactoren beperkt is tot diegenen bij wie endotheelschade optreedt.

Deel 2B (experimenteel).

Invloed van hyperinsulinemie op endotheelfuntie. Hyperinsulinemic wordt door velen een belangrijke cardiovasculaire risicofactor geacht, maar over het mechanisme is nog weinig bekend. Door infusie van insuline bij gezonden en diabeten zal het effect op endotheelfuncfieparameters worden nagegaan.

Commentaar:

Het is belangrijk dat we verder onderzoeken hoe de dysfunctie van de kleine bloedvaatjes samenhangt met andere problemen bij diabetes. Daarom is dit soort onderzoek zeer relevant. Uiteindelijk helpt inzicht in de pathogenese van diabetische neuropathie om ook nieuwe en betere geneesmiddelen te maken. 

Mei 2010, prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink


 
© Copyright 2012 Instituut voor Neuropathische Pijn. Alle rechten voorbehouden.