Algemeen
Wetenschap
Fibromyalgie en angst om te bewegen
| Fibromyalgie en angst om te bewegen |
|
Inmiddels is het duidelijk geworden dat er bij fibromyalgie zowel in de spieren, in de zenuwen, het bloed en in de hersenen subtiele afwijkingen gevonden kunnen worden. Maar er is meer. Die afwijkingen worden in stand gehouden door een soort bevriesstaat waarin de fibromyalgie patiënt zich bevindt. Uit onderzoek is bekend geworden dat er bij patiënten met fibromyalgie, maar ook bijvoorbeeld bij patiënten met chronische lage rugpijn of zelfs chronische kaakpijn (temporomandibulair syndroom) een vaak onbewuste angst bestaat om te bewegen. Een deel van die angst kan je ook bewust hebben. Door middel van speciale vragenlijsten, zoals bijvoorbeeld de Tampa schaal voor kinesiophobie, is die angst vast te leggen. Kinesiophobie betekent letterlijk angst voor bewegen.
Bij patiënten met fibromyalgie is uit onderzoek in 2010 met die Tampa schaal gebleken dat het merendeel van die patiënten inderdaad vrezen dat bewegen de pijnklachten verergeren. Dat gaat gepaard met een ander psychologisch fenomeen, en dat heet pijn katastrofisering. Dat wil zeggen dat je de pijn extra goed voelt, je bent als het ware hypergevoelig voor pijnsignalen, en die pijnsignalen neem je dan bijna automatisch serieus, of zelfs te serieus. Pijn is altijd een biologisch teken geweest dat er iets niet in orde is, een soort alarmsignaal. Maar bij fibromyalgie is dat alarmsignaal op hol geslagen, en dient geen functie meer! Fibromyalgie patiënten die iets aan hun problemen willen doen helpt het dit te weten. Oktober 2010, prof. dr. Jan M. Keppel Hesselink.
|