Algemeen
Wetenschap
De pijn de baas of wie is de baas van de pijn
| De pijn de baas of wie is de baas van de pijn |
|
De pijn de baas of wie is de baas van de pijn.. onder die titel organiseerde Pfizer op 19 november 2009 een symposium over chronische pijnsyndromen van de wervelkolom. Los van de vraag of we ueberhaupt in 'bazen-metaforen' over pijn moeten spreken en denken, was het symposium uiterst boeiend. Er waren een groot aantal neurologen en anesthesiologen aanwezig en de aftrap werd gegeven door de voorzitter van de dag, dr. R.H. Boerman. Hij gaf aan dat er in Nederland circa 130.000 patienten met neuropathische pijn zullen zijn (beetje afhankelijk van de definitie), en brak een lans voor een benadering die ons na aan het hart ligt.
Hij gaf namelijk aan dat anesthesisten bij de behandeling van neuropathische pijn als de EBM ontbreekt, het bewijs voor een behandeling dus, toch moeten en willen proberen te behandelen. Dat is ook precies onze insteek. Patienten kunnen vaak niet wachten op de resultaten van jaren durende studies, en willen NU hulp. Polyfarmacie en poly-pathogeneseBoerman liet ook een boeiende dia zien waarop de relatie afgebeeld werd tussen bepaalde symptomen, de neurofysiologische achtergrond ervan en de daarmee samenhangende rationele farmacoltherapie. Als voorbeeld: spontane brandende pijn hangt samen met gesensitizeerde pijnreceptoren, waarbij het VR 1 antagonisme de meest logische behandeling is (capsaicine). Bij de paresthesie hebben we te maken met ectopische vuring vanuit A-beta vezels, en de rationele therapie is anti-epileptica en anti-arrhytmica. Fenytoine zou daar bijvoorbeeld een rol kunnen spelen. Het is precies dat model dat we ook in Soest volgen, en dat door de Britse hoogleraar Dickenson uitgewerkt is. Schieten op meer doelen dus. Patienten wijken af en de rol van de persoonlijkheid bij pijnDe tweede spreker was Dr Gerbrand J. Groen, en hij behandelde de complexe anatomie van de wervelkolom en de zenuwen, en liet zien dat de klassieke opvattingen over de dermatomen en de wortels die de dermatomen innerveren, bij chronische pijnsyndromen van de wervelkoiom overstegen moeten worden. Hij ving zijn presentatie aan met een mooie stelling: "Anatomie en pijn hebben niets met elkaar te maken". Een ander inzicht dat hij deelde was: De patient weigert zich aan de boekjes te houden". De take-home message is dat veel uitstralende pijnsyndromen niet typisch zijn voor de compressie van een bepaalde wortel, en dat er veel overlap bestaat. Tenslotte gaf hij aandacht aan twee persoonlijkheidsstructuren: ADAPT en PSYNEG. ADAPT en PSYNEGPatienten die een lage pijnintensiteit ervaren, de pijn niet de belangrijkste rol in hun leven toedichten, blijven bewegen, positieve verwachtingen hebben en gewoon doorgaan met sociaal leven hebben de beste kans op verbetering bij chronische pijnsyndromen. Wel logisch. Maar zeer belangrijk. Deze patienten noemen we de ADAPT patienten. Patienten daarentegen die een verstoorde stemming hebben, zich down voelen, catastroferen, een negatief zelfbeeld hebben, veel angst ervaren, zich slachtoffer voelen, weinig of geen lichamelijke en geestelijke beweeglijkheid tonen, verminderde vitaliteit ervaren, die patienten zijn de PSYNEG patienten. Zij hebben een erg grote kans op falen, als ze behandeld worden tegen de pijn. Uitermate boeiende opmerkingen dus van de eerste twee sprekers. Elders gaan we in op de input van de andere sprekers. November 2009: prof.dr. Jan M. Keppel Hesselink |