Neuropathie door:
Overige
Syndroom van Guillain Barre
| Syndroom van Guillain Barre |
|
Dit syndroom komt weinig voor. In Nederland worden jaarlijks enkele honderde mensen ziek door deze aandoening. De symptomen zijn snel ontwikkelende verlammingen. De ziekte kan zich op iedere leeftijd voordoen, zowel bij kinderen, mannen als vrouwen. De ernst van de ziekte varieert sterk, van nauwelijks merkbare verlammingen en gevoelsstoornissen tot een totale verlamming. Het syndroom van Guillain Barre is een lange tijd opgevat als een afzonderlijk ziektebeeld. Nu weten we dat onder dat ziektebeeld verschillende ziektes schuil gaan.
Aanvankelijk dacht men namelijk dat elke patient met de ziekte van Guillain Barre een demyeliniserende aandoening had van de lange zenwuwen. Het werd pas in 1986 bekend dat de ziekte van Guillain Barre kon verlopen als een zogaamde axonale neuropathie, en dat niet elke patient een zogenaamde demyeliniserende ziekte heeft. Axonaal wil zeggen dat de lange zenuwen een probleem hebben, demyeliniserend wil zeggen dat de beschermlaag om die lange zenuwen in de problemen komt. Beide oorzaken kunnen leiden tot verlammingen en gevoelsstoornissen. In 1856 ondekte een Franse arts deze ziekte. Dat was Jean Landry en de ziekte werd bekend als Landry's opstijgende verlamming. Pas later beschreven de Franse artsen George Charlais Guillain en Jean-Alexandre Barré de ziekte meer tot in detail. Een Duitse arts bemoeide zich ook met de eerste beschrijvingen van deze ziekte, André Strohl, en eigenlijk moeten we dus spreken van het syndroom van Landy-Guillain-Barre-Strohl. Maar dat terzijde. Er worden verschillende vormen van het syndroom van Guillain Barre onderscheiden:
De neuroloog kan op basis van aanvullend onderzoek, waaronder het EMG en geleidingssnelheden van de zenuwen, een indruk krijgen om welke variant van het syndroom van Guillain Barre het gaat. Natuurlijk speelt daarbij ook een rol welke symptomen voorkomen. [8] Alle vormen hebben een verschillende manifestatie, verschillende symptomen en verschillende tijden van herstel. BehandelingDe behandeling is in het ziekenhuis met infusen van immuunglobulines en zogenaamde plasma ferese. [9] [CIDP.">10] Dat zijn alle twee behandelingen die het ontstekingsproces dat vermoedelijk achter deze aandoeningen zit, afremmen. Auteurs: prof. dr. J.M. Keppel Hesselink en D.J. Kopsky, artsen; versie augustus 2009 |